Frederique Kallen

Stichting Mama Alice - Frederique Kallen

Frederique Kallen zet zich met hart en ziel in voor Stichting Mama Alice. Stichting Mama Alice is opgericht in 2004 en heeft als hoofddoel het verbeteren van de situatie van straatkinderen in ontwikkelingslanden. Ze wil dit doel verwezenlijken door het ondersteunen van projecten ter plaatse en door het publiek te informeren over haar activiteiten. Stichting Mama Alice richt haar opvangcentra zo in dat lokale mensen het op den duur zelf kunnen overnemen en beheren. Met andere woorden: mensen leren om zichzelf te helpen. Dit heeft tijd nodig, en veel inzet, maar het garandeert dat het project op lange termijn kan blijven bestaan. De projecten moeten uiteindelijk zelfstandig worden.


 

Volg Frederique en lees maandelijks haar vorderingen op deze site...


 

September 2006

Een doodgewone dag in Ayacucho

Ik sta om half 6 op en ga met onze Nederlandse stagiair Igor sporten. Het bevalt me goed om 's ochtends te sporten. 's Avonds ben ik ook zo moe dat ik de fut niet meer heb om me om te kleden en het anderhalf (!!) blok naar het fitnesscentrum te lopen. De fitness instructeur is klein, opgepompt breed en draagt daarom graag hemdjes zonder mouwen (yak). Hij heeft zijn goedkope parfum veel te kwistig opgespoten en ik snak naar adem op mijn fietsje. Als ik ook maar in de 5 meter buurt van hem kom, krijgt hij een glimlach, maakt een groot armgebaar alsof ik een freule uit de middeleeuwen ben. Hij buigt er zelfs bij. Met uitzondering van zijn geur, kan ik er om lachen. Het heeft ook wel iets. Op straat wordt je nagekeken, nagefloten en zonder uitzondering wordt er diep in je ogen gekeken. De tijd dat ik dit interessant vond, is al jaren voorbij. Maar het is wel fijn dat als je je dag niet hebt, je hier tóch aantrekkelijk wordt gevonden.

Thuis gekomen check ik op mijn Vodafone laptop of er nieuwe mail is. Het allerfijnst vind ik om mail van thuis te krijgen. Maar helaas schrijven zij ook niet meer zo regelmatig, nu ze hebben ervaren dat ik zo gemiddeld op 1 van de 10 terugschrijf. Ik voel me er vaak schuldig over. De lieve mailtjes die ik krijg van familie, vrienden en donateurs. Ik voel dat ik moet inleveren op het persoonlijke contact met Nederland, terwijl dit toch ook een van de kenmerken is die volgens mij Mama Alice tot een bijzondere stichting maken. Gelukkig zie ik ook duidelijk de voordelen van onze groei. Het gaat geweldig goed in Ayacucho en we kunnen veel kinderen en families helpen. Onze naam wordt bekender en steeds meer mensen kloppen aan voor hulp. Ze hebben al bij zoveel instanties aangeklopt, maar nergens werd hun verhaal gehoord. Zo ook vandaag weer.

Het Mama Alice kantoor is in mijn huis en na het mailen loop ik naar kantoor om met de aanwezige teamleden de activiteiten van gisteren te evalueren en voor vandaag voor te bereiden. Elba, onze verpleegster, staat buiten met twee vrouwen te praten. Ze kijkt serieus en het wordt al snel duidelijk waarom. Ze komen om hulp smeken voor hun zus. Ze wonen bij 11 de Junio, hun zus heeft leukemie en is volgens de doktoren in de terminale fase. De zussen willen graag dat ze bloedtransfusies krijgt en vragen hiervoor onze hulp. De zus is alleenstaande moeder en haar dochtertje is anderhalf. De zussen huilen beiden hartverscheurend. Hun vader is in Lima opgenomen met leukemie. Er is zoveel onwetendheid: ze denken dat de zus de vader misschien besmet heeft en ze denken dat de zus niet mag weten dat ze gaat sterven. Beide zussen zijn ook door de vaders van hun kinderen in de steek gelaten. De manier waarop ze praten geeft mij het gevoel dat ze een erg negatief zelfbeeld hebben.

Onze sociaal werkster Roxana en Elba bezoeken het gezin diezelfde middag. De zieke zus ziet er erg slecht uit. Maar ze is erg blij met het bezoek en Roxana en Elba nemen haar serieus. Ze geeft zelf aan dat ze geen bloedtransfusies meer wilt. Ze is op. Ze kan haar kindje niet meer dragen. Later bespreken we hun situatie en concluderen dat we hier -voordat het misschien te laat is- in moeten grijpen. We gunnen het hun allen zo erg dat ze op een mooie manier afscheid van elkaar kunnen nemen. We zullen de familie intensief bezoeken en enkele rustige uitjes plannen, waarbij ze met elkaar samen kunnen zijn en waarbij iemand van ons is om ook de ideeen van de zieke zus te beschermen. Het overbeschermende gedrag (belerend ook wel) van de familieleden komt uit bezorgdheid en liefde. Hopelijk kunnen wij deze liefde omzetten in respect en werkelijke aandacht.

Daarna gaan we aan de slag met de twee andere zussen/moeders. Een van de zussen is verkracht toen ze dertien was en de dochter werd tijdens het bezoek van Elba en Roxana aangewezen als: "Zij kwam uit die verkrachting". De moeder stottert en kijkt na elke zin even ter bevestiging naar haar oudere zus. Het dochtertje is een recalcitrante puber. Ze bezoekt ons lokaal in 11 de Junio nog niet, dus gaan we haar uitnodigen om met enkele vriendinnetjes te komen. Hopelijk kunnen we ook voor haar iets betekenen. De andere zus is een mooie vrouw, maar in haar ogen zie je het grote verdriet. Lichamelijk en psychisch mishandeld door haar echtgenoot, die sinds enkele weken weggelopen is. Je zou haar zo graag vastpakken en zeggen: "Gelukkig, dáár ben je vanaf. Nu kun je je eigen weg gaan."

Maar wat is die eigen weg? Er is geen baan te krijgen. Er is geen uitkering voor vrouwen die in de steek gelaten zijn. Ze heeft een minderwaardigheidscomplex. Ze is op dit moment erg verdrietig en bezorgd over de gezondheid van haar zus en vader. In zo'n bijna uitzichtloze situatie helpt het mij om dan even naar de situatie over één generatie te krijgen. Wij helpen onze meiden en jongens aan het krijgen van een positief zelfbeeld. We zorgen dat ze kansen krijgen op de arbeidsmarkt. We proberen ervoor te zorgen dat ze betere opvoeders worden dan hun ouders waren. Ik denk dat we de vicieuze cirkel kunnen doorbreken.

Na een snelle lunch weer aan het werk. Ik krijg nu hulp van Judith, een Nederlandse vrijwilligster. Heerlijk om die taakverlichting te voelen en ondanks de HELE snelle deadlines die we hebben voor een aantal fondsenaanvragen, heb ik zin om veel te doen. Judith zoekt alles uit en ik hoef het maar door te nemen en wat wijzigingen aan te geven. In de namiddag komt Richard naar het kantoor. Ik ken hem eigenlijk niet goed, want hij komt van de 'nieuwere wijk' 11 de Junio. Hij zit naast me en bladert door tijdschriften. Ik neem mijn pedagogische verantwoordelijkheid door hem te leren dat als hij een fotomodel ziet, hij tegen de dame in zijn gezelschap moet zeggen: "Jij ziet er jonger en mooier uit." Na enkele correcties (eerst draaide hij het per ongeluk om, potverdorie) zei hij het vol overtuiging tegen me. Daar werd hij natuurlijk goed voor geknuffeld. Het is een lief, serieus en ontzettend aanhankelijk manneke. Nadat het vertrouwen gewonnen was, kwam het verhaal met horten en stoten: "Ik woon nu alleen.

Ik durf niet alleen te slapen. Mijn zusje slaapt bij haar vriend. Ik voel me niet lekker." Zijn moeder is ook door haar echtgenoot in de steek gelaten. Haar oudste dochter van 17 woont in de Jungle en gaat over enkele weken bevallen. De moeder heeft haar jongste kindje meegenomen en liet Richard hier bij zijn zus van 15. Zus- lief zag de kans schoon om de tijd bij haar vriendje door te brengen. Negenjarige Richard kan waarschijnlijk niet goed voor zichzelf zorgen, want hij ruikt vreselijk en zijn kleren zitten onder de vlekken. Hij heeft koorts en we gaan op zoek naar zijn zus. Als zijn zus een uurtje later met Roxana het kantoor binnen komt, kijkt Richard niet blij. Tijdens het gesprek kruipt hij bijna achter me. De zus moet tekenen dat ze akkoord gaat dat Richard twee nachtjes bij mij blijft slapen, zodat de koorts kan zakken. Igor doucht hem goed en hij ruikt lekker daarna. Daarna kijken we weer verder.

Een uurtje later komen vijf straatjochies de verjaardag van Josue vieren. Richard mag er natuurlijk ook bij zijn. De chips, snoepjes, frisdrank en taart staan klaar op tafel. Ik heb in Nederland een mooie verjaardagshoed gekocht en die mag Josue op. Hij is veertien geworden. We kijken -voor de zoveelste keer...- naar Madagascar. De kids vinden de film geweldig. Richard zit tegen me aan en ik strijk over zijn haren en voel af en toe bezorgd zijn voorhoofd. Het is duidelijk dat hij ondanks zijn koorts erg geniet van deze avond. Om 9 uur gaan alle jongetjes met een lolly nog in de hand, weer de straat op. Ik ben kapot. Igor gaat bij Richard slapen omdat hij niet alleen durft te slapen. Ik heb keelpijn en slaap bijna niet die nacht. Het helpt niet dat ik me realiseer dat ik eigenlijk wel goed móet slapen omdat er nog hele drukke dagen komen...

Een doodgewone dag in Ayacucho. Voor mij zijn het 10 uren waarin ik een wereld van verschil kan maken!


 

Straatkinderen