Annekoos Wiersinga / George Pape

Stichting Lion Heart


 

Juni 2007

Ziekenhuis lastig bereikbaar (door George Pape)

De mensen in Sierra Leone leven veel buiten, en als ze al binnen zijn en niet behoren tot de kleine groep rijken, waait de wind wel dwars door de hut of lekt het dak. Het klimaat wordt zo 24 uur lang intens beleefd en heeft veel invloed op het dagelijks leven. Sinds begin juni zijn de regens begonnen en dat heeft iedereen opgevrolijkt. Inmiddels regent het bijna iedere dag en hevig ook. Het werk in het ziekenhuis is daardoor totaal anders geworden, vooral minder druk.

We liggen 6 kilometer buiten de stad en de meest gebruikelijke vorm van transport hier naar toe is de motorfietstaxi (0,25 euro enkele reis). Dan kun je nu dus nat regenen. Dat is voor de meesten reden genoeg om van de reis af te zien. Ze haten het hier om nat te worden. Gewoon je nat laten regenen in je T-shirt en dan vanzelf weer opdrogen in het warme klimaat is niemands keuze. Trouwens, wat waar is is waar, het is hier rond de 25 graden overdag en heel comfortabel voor mij, maar het is nu belangrijk koeler dan in het droge seizoen en de lokale bevolking lijdt hevig onder de kou.

Een tweede belangrijke reden om niet naar het ziekenhuis te komen is een economische. De meesten leven in een simpele economische orde waarin iedereen een paar kippen heeft en zijn eigen landje en dit is de basis voor hun dagelijks eten. Nu de regens goed op gang zijn gekomen gaat men het land bewerken en planten. Er zijn slechts half zoveel ziekenhuisopnames als in de vorige maanden. Zo gaat het elk jaar, is me verteld. Als ik mijn ogen sluit en er diep over nadenk kan ik het niet goed vatten. Twee maanden geleden namen we mensen op met ernstige longontsteking of hartfalen of uitgemergeld door AIDS en oude mannen met prostaten die hun urine niet meer konden lozen: mensen die echt niet meer verder konden zonder medische hulp. Wat gebeurt er nu met hen?

Aids een groot probleem

Aids is het grote nieuw medische probleem voor Afrika. In West Afrika, Sierra Leone dus ook, gebeurt het allemaal 10 a 20 jaar later dan in Oost en zuidelijk Afrika. Een veel gebruikte manier om te meten hoeveel mensen geïnfecteerd zijn met HIV is het anoniem testen van het bloed van zwangeren in zwangeren poli's. In landen als Uganda, Kenia en Zuid Afrika is dat percentgage gestegen tot boven de 30 procent! Dat heeft natuurlijk geleid tot veel aidspatiënten, hoge sterfte en een flinke deuk in de levensverwachting bij de geboorte. In 1990 was daar 0.8% van de zwangeren geïnfecteerd, in 1997 17% en in 2005 30.2%.

Cijfers HIV-explosie

Helaas begint nu ook hier de epidemie goed op gang te komen. Elke week ontdek ik wel enkele nieuwe gevallen. Althans voor het regenseizoen. Dokters die hier al jaren werken vertellen me dat het aantal nu snel toeneemt. Aan deze patiënten besteed ik veel tijd. Aids is, net als lepra en tuberculose, hier zwaar gestigmatiseeerd en het instinct van veel patiënten is om de kop in het zand te stoppen. De regering heeft nu in het hele land, met steun van buitenlandse sponsors die hier veel geld in stoppen, in de grote plaatsen centra opgezet voor vrijwillige HIV tests en counselling (VCT = Voluntary Counselling and Testing).

Maar liever dan naar zo'n centrum te worden verwezen wil de patiënt gewoon van mij 'de medicijnen voor gebrek aan eetlust' enz. Daar moeten ik en de verpleegkundige dus tegen in praten en daar nemen we de tijd voor. Ons belangrijkste argument is dat Aids vroeger een ziekte was waarvoor geen medicijnen waren, maar dat er nu behandeling is. Deze medicatie wordt verstrekt, opnieuw via internationale donoren, door de VCT centra op voorschrift van een arts.

Zal het hier tot net zo'n snelle Aids-verspreiding komen als in Zuid Afrika? Ik denk het niet. Het HIV-2 virus is hier wat minder virulent dan het HIV-1 virus dat overheerst in Oost en Zuid Afrika. Ook is de epidemie hier in de afgelopen jaren minder explosief van start gegaan dan in Zuid Afrika het geval is geweest. Verder is men hier nu natuurlijk gewaarschuwd door de eerdere ontwikkelingen elders in Afrika en zullen de mensen hier de problemen met meer openheid tegemoet treden, omdat West Afrikanen zich nu eenmaal vrijer bewegen.

Zover is het ondertussen nog niet. Aids surveys tonen een volstrekt onvoldoende kennis van Aids en hoe infectie te voorkomen. Eerst moet men blijkbaar toch een paar goeie klappen voelen om voldoende wakker geschud te worden. Mooie voorbeelden hiervan zijn Nelson Mandela en Kenneth Kaunda. Beiden hebben een zoon verloren aan Aids en voor beiden is dit aanleiding geworden om veel ruchtbaarheid aan dit verlies te geven om de bewustwording rond de ziekte te stimuleren. Het zijn voorbeelden die me zeer aanspreken; Mandela omdat hij nu eenmaal Nelson Mandela is en Kenneth Kaunda omdat ik ooit zijn hand heb mogen schudden toen hij nog president van Zambia was.

Dat er nog beperkingen zijn in de openheid rond Aids blijkt uit het volgende. Voor dit verslag vroeg ik de HIV/AIDS counsellors van de regering welk percentage van de mensen in Sierra Leone nu besmet was. Beiden ontweken een antwoord. Het hoofd van de afdeling dacht dat ik me moest vervoegen met mijn vraag bij de District Medical Officer en dat die op zijn beurt me dan zou 'verwijzen naar hogere autoriteiten'. Maar dit is alles flauwekul; de getallen van recente surveys zijn gewoon beschikbaar, anders dan 15 jaar geleden in andere Afrikaanse landen, en een bevriende Sierra Leonese dokter heeft ze me gegeven. Het eerste HIV geval is hier geconstateerd in 1986 en de laatste landelijke steekproef (juni 2005) vond een besmettingspercentage van 1.5 procent onder volwassenen van 15-50 jaar. Voorkomen in zwangeren poli's is altijd wat hoger en was 2.9 procent in april 2004.

Aids-behandeling is nieuw en volop in ontwikkeling en is een gespecialiseerd terrein. Er zijn simpele protocollen ontwikkeld voor Afrika die heel goed werken voor mensen die trouw hun behandeling nemen, maar daar ontbreekt het hier nogal aan. De ziekenhuisstaf en ik werken daar aan door veel en herhaald uitleg te geven, maar de resultaten zijn moeilijk te meten. Ons ziekenhuis heeft nu zoveel naam dat mensen van heinde en verre komen, vaak meer dan 100 kilometer.

Ontdekken we dan AIDS dan worden de mensen voor behandeling verwezen naar een VCT centrum dichter bij hun huis. Het verwijssysteem zit op papier prima in elkaar, maar wij hier zijn nu wel het contact met de patiënt kwijt en weten dus niet wat er een half jaar later van hem is geworden. Je vraagt het je af, want je weet dat elke patiënt oorspronkelijk is gekomen voor een 'treatment' voor zijn ziekte (lees: pillen en injecties) die in korte tijd genezing brengt. Het idee van onderhoudsbehandeling is vreemd voor de mensen en alleen als onze uitleg de patiënt heeft overtuigd dat hij nu levenslang medicatie moet slikken kan hij worden geholpen.

Nieuwe ambulance
Vrolijk nieuws de afgelopen maand was de aankomst van de nieuwe ambulance. Gemotoriseerd transport roept blijkbaar over de hele wereld positieve emoties op en toen de nieuwe ambulance binnen reed lag het ziekenhuiswerk bijna een uur lang plat. Iedereen moest de nieuwe auto zien, een vroegere 'Rettungswagen' van de Duitse brandweer in vrolijke kleuren die zo fantastisch fluoresceren dat als ik er 's nachts mijn zaklamp op richt de hele auto oplicht als een kerstboom. Wat we natuurlijk missen op de foto is de zeldzaam krachtige sirene die ook golven van enthousiasme teweeg heeft gebracht onder onze verpleegkundigen. We hebben de chauffeur verboden om daar misbruik van te maken, maar de eerste tekenen zijn dat hij zich nog onvoldoende in kan houden.


 

Nieuwe ambulance