Bram de Vries

Stichting Demotech


 

Januari 2007

Klaar voor Guatemala

Ik ben nu klaar om op reis te gaan naar Guatemala. Ik heb geleerd hoe ik de Demotech waterrampomp moet maken. Niet alleen moet ikzelf zo'n pomp kunnen maken, ik moet dat ook in Guatemala kunnen. Hier heb ik soms elektrisch gereedschap gebruikt, dus vals gespeeld. Maar tegelijkertijd heb ik er voor gezorgd dat ik ook alle handelingen kan met het gereedschap dat bij die ene arme boer op de ene afgelegen plek in de bergen beschikbaar is. Dus weet ik nu zeker dat als ik mijn kennis aan die ene boer overdraag, dat die boer die kennis ook aan een andere boer kan doorgeven. Ik heb dus de 'taal' van die pomp leren spreken. Die taal is wordt niet alleen in Guatemala verstaan, maar overal in de wereld van armoede.

Met die taal wil ik een wereld van verschil kunnen maken. Het is een taal die niet alleen geldt voor deze speciale pomp, maar ook alle andere ontwerpen die ik dit jaar wil introduceren. Ook voor die ontwerpen moet ik de taal van Technologie binnen armoede kunnen spreken. Dit is niet de taal van technische tekeningen en nauwkeurige machines, maar van ambacht en vakmanschap; een taal die ik niet meester was. Dit leerproces heeft mij maanden gekost, veel langer dan ik inschatte. Om dit proces duidelijk te maken, beschrijf ik eerst mijn werk bij vorige werkgevers (CCM en Sinmed).

waterrampomp

Mijn werk bij CCM en Sinmed

Bij CCM en Sinmed was ik tekenaar-constructeur en ontwierp machines en apparaten die in kleine series geproduceerd werden. De klant was een bedrijf of instelling. Op de HTS heb ik de bewerking geleerd van materialen en productietechnieken zoals draaien en frezen. Ik heb ook geleerd die kennis accuraat volgens een technische standaard en met een computer op papier te zetten. Hierdoor kan ik op papier zetten hoe die onderdelen gemaakt moeten worden. Gespecialiseerde bedrijven kunnen vervolgens die onderdelen vervaardigen. Een Nederlandse constructeur maakt dus zelden iets zelf, de gespecialiseerde hightech maakt dat in feite onmogelijk. Ontwerpkosten zijn hoog, het maken lukt met de machines van nu altijd wel.

Bij Demotech ligt dit anders. Maken moet kunnen met mensen, niet met machines. Demotech heeft veel geduld en doorzettingsvermogen getoond om de kwaliteit van een ontwerp, de kwaliteit van die andere technische taal tot een maximum te brengen. De kwaliteit van het ontwerp in die taal is essentieel omdat de gebruikersgroep in armoede leeft. Een grote groep die het product nu nodig heeft. Zij hebben geen financiële toegang tot dure machines, ook niet als de kosten over veel producten wordt verdeeld zoals in massaproductie. Zelfs als dat wel zo zou zijn, dan zullen gebruikers in de verre uithoeken niet bediend worden. Als binnen die extreem armoedige omstandigheden het product nú nodig is, moet het product dus nu te maken zijn en moet ikzelf als instructeur die andere technische taal nu kunnen spreken. En dat is wat ik nu kan en waarom ik nu naar die prachtige plek in Guatemala kan afreizen.

Technologie binnen armoede

In tegenstelling tot wat de televisie suggereerd, is er in armoede veel meer dan 'niets'. Er bestaat een complete technologie binnen armoede. De materialen, gereedschappen en vaardigheden zijn alleen anders dan wij hier gewend zijn. Hiervan kan ik veel leren om het ontwerp te kunnen overdragen en de onderdelen te kunnen maken. Ik zal een voorbeeld geven van zo'n onderdeel. De betonnen buiselementen van de watersrampomp worden waterdicht aan elkaar gekoppeld met een nauwkeurig passende houten ring. Een cilindrische vorm van rond 7 centimeter en 8 centimeter lang. Makkelijk en snel te maken met een draaibankje, wat we voor de testopstelling dan ook omwille van de snelheid hebben gedaan. In het veld is die draaibank niet beschikbaar. Misschien is er een timmerman die er een heeft, maar ook dit zijn extra kosten die de allerarmsten niet op kunnen brengen. Toch kan zelfs ik de ringen nú maken met lokale techniek: die van het houtsnijden.

In Guatemala, heeft iedereen ouder dan zes jaar een machete; een vlijmscherp kapmes van 50 cm lang. Deze machetes worden eigenlijk alleen maar gebruikt om tijdens wandelingen rustpauzes in een toevallige tak te hakken, gewoon om dat het leuk is. Zij kunnen dus heel goed met dit gereedschap overweg, terwijl mijn moeder mij altijd voor mezelf beschermde door lange scherpe messen bij mij uit de buurt te houden. Ik moest leren om met een mes om te gaan. Van een dikke tak heb ik eerst ruim de lengte afgezaagd (afkappen kan in noodgevallen ook met het mes). Met een passer gemaakt van een houtje met twee spijkers kraste ik de binnen- en de buitencirkel in de kopse kanten. Eerst maak ik het gat met een beitel (kan bijvoorbeeld ook met een schroevendraaier). Dit gat hoeft niet zo precies te zijn. Daarna komt het belangrijke: de buitenkant van de ring. Langzaam van buitenaf naar de cirkel toe hakken en op het laatste steeds een kleine beetjes afsteken.

Hoe weet je nou of die cirkel rond? Hiervoor hebben we een speciaal stukje gereedschap ontwikkelt. Het bleek dat uit een stuk plaatstaal afkomstig uit een olievat (overal aanwezig) met dezelfde passer een perfect gat te krassen is. De kras wordt diep gemaakt en met wat geduld kan de cirkel er uit worden gebroken wat een prachtig rond gat overblijft. Door dit metaal op de ring te schuiven tekent hij zich af waar nog te veel materiaal zit, en zo kan je rustig en precies doorwerken tot het resultaat daar is. Ditzelfde geldt voor het gieten van beton.

Mijn technische specialisatie is fijnmechanische techniek: precieze mechaniekjes in meetinstrumenten en bijvoorbeeld elektronische apparatuur zoals DVD-spelers. Ik ben eigenlijk nog nooit in de buurt van beton in natte vloeibare vorm geweest. Zij wel. Iedereen metselt daar wel eens wat. Je raadt het al, ook dit moest ik leren. Behalve dat het uitermate belangrijk voor het aankomende project, is het ook leuk om zelf iets te maken. Misschien is het wel daarom dat een zelfgemaakte appeltaart altijd net iets beter smaakt dan die uit de supermarkt....