Wat weet CFA van de achtergronden van de kinderen die in het weeshuis wonen? Veel te weinig. We vangen ze nu een jaar op, maar is er niet het nodige veranderd in hun oorspronkelijke leefgemeenschap zodat ze misschien daarnaar kunnen terugkeren? Met die vraag in het achterhoofd hebben we in september, tijdens de schoolvakantie, huisbezoeken afgelegd en gesproken met de mensen die een oogje in het zeil hielden voordat ze werden opgenomen in het weeshuis. Soms een (ver) familielid of een toezichthouder, maar steeds iemand die niet echt voor het kind kon zorgen. Alle betrokkenen waren vol lof over het goede werk dat CFA doet. Enkele voormalige toezichthouders hebben aangegeven een kind te kunnen opnemen zodra het naar het voortgezet onderwijs gaat op voorwaarde dat er geld is voor schoolgeld. CFA zou dat in elk geval uitgeven, dus daar is wel een oplossing voor. Ik ben erg enthousiast over dit reļntegratie programma. Zo blijft de verantwoordelijkheid voor weeskinderen waar die hoort: in de gemeenschap.
Inmiddels zijn alle kinderen weer gezond en wel terug op het CFA centrum. De eerste avond werden tot diep in de nacht vakantieverhalen uitgewisseld. Uiteraard heeft de moeder daar op een gegeven moment een eind aan gemaakt door stilte te eisen. Toen werd het wat rustiger. Maar dat het een korte nacht was is zeker.
In augustus liet ik al weten dat de aardappelen zijn gepoot en de groenten ingezaaid. Deze maand gaan we nog meer poten en zaaien. We denken ook aan maļs, okra (peulvrucht) en sperziebonen. We hebben nog wel extra menskracht nodig vooral met het regenseizoen voor de deur.
Ook op basisschool Rukururwi, waar onze kinderen naar toe gaan, zijn alle kinderen teruggekomen na de vakantie. De school is verhuisd van het Chaminuka training centre, waar het niet langer kon blijven, naar een eigen locatie. Daar wordt nog volop gebouwd aan twee klaslokalen. Dit is een van mijn grootste uitdagingen, want de kinderen krijgen nu les onder zeermoeizame omstandigheden. De school is eigenlijk op straat gezet: lessen vinden plaats onder een boom in de open lucht, de kinderen zitten op stenen en er zijn geen lesmaterialen. Ik doe mijn uiterste best om nog voor het regenseizoen het dak af te krijgen van het eerste gebouw met twee klaslokalen.
In Chemagora zijn de aardappelen verkocht. Dat heeft maarliefst 5 miljoen dollar (1350 euro) opgeleverd. Daarmee kunnen weer schoolgelden betaald worden voor de meest kwetsbare weeskinderen. En zijn er geen 'dropouts' op deze basisschool. Dat laatste kan gelukkig ook gezegd worden van de middelbare school Dotito en van basischool Kazai.
Volgende maand reis ik weer naar Nederland. Het Vodafone jaar is bijna voorbij. Wat is het snel gegaan. In Nederland neem ik altijd weer even afstand en doe ik nieuwe inspiratie op. We gaan evalueren en zo nodig de plannen bijstellen. Het is niet altijd makkelijk in Zimbabwe, maar de bemoediging uit de lokale gemeenschap is voor mij een enorme stimulans om door te gaan. Net zo goed als CFA - een 100% lokaal initiatief - voor de mensen in Mount Darwin een inspiratiebron is om steeds weer door te gaan onder de moeilijke economische situatie. De steun uit Nederland is daarbij van onschatbare waarde!