Machiel Spuij

Stichting Fairtrade Original


 

April 2007

Congres van de African Cashew Alliance

Vorige week ben ik naar Maputo in Mozambique gegaan voor het jaarlijkse congres van de African Cashew Alliance. De ACA is twee jaar geleden opgericht als forum voor het uitwisselen van informatie over cashew productie en cashewverwerking. Behalve mensen uit cashew producerende landen als Tanzania, Mozambique, Ivoorkust, Benin en Ghana is er ook een goede opkomst van kopers uit Europa en de VS. Tijdens het congres blijkt toch wel dat Tanzania een beetje stil staat in de cashewwereld. Waar in de jaren 70 Tazania samen met Mozambique tweederde van de cashew in de wereld produceerde, zijn er inmiddels veel landen die meer produceren: Brazilie en India hebben Oost Afrika al lang geleden ingehaal, Vietnam is de laatste tien jaar een heel belangrijke producent en verwerker geworden, en ook Ivoorkust produceert nu twee of drie maal zoveel cashew als Tanzania.

Een snelle vergelijking leert dat in Tanzania de opbrengst per hectare een stuk lager ligt dan in de andere landen. Tussen 1990 en 1996 lukte het tijdens het Cashewnut Improvement Program wel om de opbrengsten in Tanzania flink te verhogen, maar sinds dit programma is afgelopen is ook de groei van de productie weer gestopt. Tijdens het ACA congres ontmoet ik Dr Clive Topper, de technisch adviseur van dit Cashewnut Improvement Programma. Hij heeft zes jaar in Mtwara gewoond, niet ver van de plaats waar ik nu woon en het lijkt hem toch wel aan het hart te gaan dat de situatie in Tanzania maar niet echt wil verbeteren. Uiteindelijk zijn de lage cashew opbrengsten en de armoede met elkaar verweven, en lijkt tegelijkertijd een verbetering van de cashewsector de beste manier om de armoede te bestrijden.

Een goed gevoel krijg ik op het ACA congres van de aandacht die er is voor biologische en fair trade cashew. Het blijkt dat veel meer mensen graag richting biologische productie en een fair trade handel willen, maar ook dat ze in alle landen problemen hebben om dit werkelijk toe te passen. Hierin loopt Tanzania nu eens niet achteraan, met twee biologische exporteurs en ons initiatief om een fair trade label te verkrijgen.

Verder met de biobricks

Terug in Dar es Salaam ga ik weer verder met de biobricks waarin ik in ook in maart bezig was. Ik kom toevallig een Indier tegen die juist een concept om houtskoolblokjes te maken heeft overgenomen van vrienden uit Pune (India). Zijn technologie ziet er zowaar nog simpeler uit dan de brikettenpers uit Tanga. Alles wat deze man gebruikt zijn een paar oliedrums om de biomassa in te pyroliseren en een aangepaste gehaktmolen om de blokjes te persen. Ik ben erg getroffen door de simpelheid van de technologie, en een paar dagen later spreken we af om eens te kijken wat er gebeurt als we brandstofbriketten van cashew schillen maken. Het zou een goede oplossing zijn als we een paar oude oliedrums en een gehaktmolentje van het waardeloze afval in Masasi weer bruikbare brandstof kunnen maken dat kan helpen in het terugdringen van de houtkap in onze buurt.

De eerste test levert bruin-zwarte blokjes op die nog enorm naar cashew olie ruiken, moeilijk aan te steken zijn en als ze uiteindelijk branden een irritante rook verspreiden... het blijkt dat we nog een lange weg te gaan hebben. Probleem van de cashew schillen is dat er veel olie in de schillen zit en dit moet er allemaal uit verdreven worden tijdens de pyrolyse. Een tweede test is al wat beter, maar het lijkt erop dat we terug in Masasi nog veel te experimenteren hebben.