Freetown is de hoofdstad van Sierra Leone en dat is waar ik nu een paar dagen vakantie doorbreng. Het is 188 kilometer van Magbenteh Hospital, niet echt ver naar Afrikaanse begrippen, maar Sierra Leone is een klein land (3x Nederland) en als ik naar Freetown ga doorkruis ik het halve land en zo heb je toch het gevoel dat je even helemaal weg bent van je werk; het halve land doorkruist, zo ver gereisd! Freetown is een grote stad en na maandenlang alleen Magbenteh is het net Parijs! Objectief gezien is het een stad zonder stedelijk schoon, verarmd en zwaar geschonden in de burgeroorlog (1991 tot 2001), maar overal in de nauwe straten krioelt het van de mensen en loopt het verkeer vast en is er lawaai uit tientallen luidsprekers en iedereen roept naar elkaar en je voelt je opgenomen, opgetild als het ware in de stedelijke drukte en ik ben wakkerder en vrolijker dan ik in weken ben geweest.
Freetown mag dan nauwelijks mooie gebouwen hebben, het is wel mooi gelegen, aan een grillige kustlijn met baaien en inhammen en schiereilanden. En het is gebouwd op de hellingen van steile heuvels. Soms kijk je van grote hoogte neer op een riviertje dat zich door de stad slingert en daarlangs de kleine armelijke huisjes van golfplaat die schitteren in de zon. En kinderen die spelen en wroeten in de alom aanwezige vuilnisbelten en die geweldig veel plezier lijken te hebben elke keer als ze iets van hun gading vinden. Armoede op afstand kan heel pittoresk zijn. Een centraal herkenningspunt in Freetown is de Cotton Tree. Een grote katoenboom direct naast het gerechtsgebouw midden in een verkeerscircuit. Het heeft voor mij iets sympathieks dat men deze boom tot middelpunt heeft gekozen en niet een nieuw en groot en banaal winkelcentrum, of het zoveelste 'World Trade Centre'.
Veel huiselijk leven dat bij ons verborgen blijft speelt zich hier in het openbaar af. Het opvoeden van kinderen, zo nodig met harde hand, het verzorgen en zogen van babies, eten, koken, het zich wassen in de rivier, mank lopen of op allerlei andere wijzen gehandicapt zijn, blind zijn en bedelen. Het draagt allemaal bij aan een levendig straatbeeld. Een enkele keer is de trend tegengesteld en gedraagt men zich ingetogener dan wij: demonstratief een vriendje of vriendinnetje hebben en elkaar opzichtig in het openbaar afzoenen zul je hier niet zien. Ook de toon van de onderlinge communicatie is levendig: West-Afrikanen zijn luidruchtig en twistziek. Ze hebben geweldige stemmen, de vrouwen even goed als de mannen.
Ik noemde de blinde bedelaars. Om een of andere reden presenteren die zich altijd op precies dezelfde wijze in het straatbeeld. Altijd worden ze geleid door een kind, vaak van een jaar of acht. Nooit houden ze elkaar gewoon bij de hand, altijd is er een korte stok, een eind voor de bedelaar, een eind voor het kind. Bedelen doen ze samen. Onveranderlijk heeft het kindergezichtje een wat trieste en eindeloos geduldige uitdrukking. Ik benijd deze kinderen niet.
Je moet goed opletten als voetganger. Soms zijn er trottoirs, vaak niet. Overal zitten gaten in de bestrating, als je niet oplet en het valt mee trap je gewoon in een plas, met wat meer pech verdwijnt je hele been in een riool waarvan het putdeksel ontbreekt. Nergens kun je veilig een voet voor de andere zetten als je niet de grond voor je scherp in het oog hebt. Maar het went snel, juist omdat er zoveel obstakels en gevaren zijn wordt het al gauw een automatisme om steeds goed te kijken waar je loopt. Vaak moet je de hoofdweg delen met auto's en motorfietsen omdat het trottoir er niet is, of wordt geblokkeerd door geparkeerde auto's of marktstalletjes.
De meeste chauffeurs hier zijn tolerant en goedmoedig, maar het idee dat voetgangers rechten hebben t.o.v. auto's leeft hier niet en je moet steeds goed opletten dat er niet net die ene idioot aankomt die zo trots is op zijn status als automobilist dat hij jou als voetganger van de weg wil drukken. Het went, het went, maar echt prettig wandelen wordt het nooit.
Iedereen wil hier een 'trader' zijn. Dit is heel erg West-Afrikaans, je ziet dit niet in Oost- of Zuidelijk Afrika. Misschien de Arabische invloed hier die al dateert van eeuwen geleden. Ook onze verpleegkundigen doen mee: als ze een beetje geld hebben en ze zijn in Freetown kopen ze spullen in die ze in Magbenteh duurder proberen te verkopen. De verpleegkundige die bij ons de patiënten op de polikliniek ontvangt en temperatuur en bloeddruk meet, verkoopt privé een soort gevulde koeken. Overal zitten mensen voor hun huizen met handelswaar uitgestald, meestal armelijke stalletjes maar alles tezamen toch zoveel dat ik met afvraag waar dan wel niet de kopers voor al dat spul vandaan moeten komen in dit arme land.
Tenslotte mijn tocht naar Leicester Peak: de hoogste heuvel in de wijde omgeving vanwaar je een mooi gezicht hebt op Freetown. Ik loop veel maar dit is 8 km, dus ik pak de auto. Als we tenslotte boven zijn is het gaan miezeren en we zitten midden in de wolken en Freetown beneden is grijs en de tocht is geen succes. Maar onderweg naar boven deed zich een incident voor waar ik van geschrokken ben. We klommen omhoog in een minibus en de weg werd steeds steiler, en steeds slechter. Asfalt met grote gaten, veel kiezels en modder, alles nat en glad. Ik vraag de weg aan jonge mannen van een huis in aanbouw en ze zeggen dat we rechtsaf moeten en dat de weg verderop weer goed is. OK, een scherpe bocht rechtsaf, maar de achterwielen slaan door, de achterkant van de auto glijdt naar rechts en we klimmen niet meer. Ik wil dus weer terug.
Mijn passagier steekt haar hoofd uit het rechter voorraam en roept verschrikt over een groot gat achter de auto, maar de behulpzame jonge mannen staan al weer bij mijn portierraam en zeggen dat er geen probleem is, dat ik achteruit kan. Grote verstandige jongens zo te zien, en mijn instinct is om hen te geloven, maar om een of andere reden stap ik toch uit en warempel, juist achter het achterwiel een diepe greppel en als ik erin was gereden had de auto met de as op de grond gelegen. Dus het zat zo: wilden me het gat in sturen en dan konden ze geld eisen om me er weer uit te tillen. Let wel: dit zijn geen boeven in een crimineel circuit, maar gewone burgers die het wel een goed idee vinden om zo wat bij te klussen. Het is nu wel weer bekoeld, maar wat nam ik het ze op dat moment kwalijk!
Afin, ik kon dus niet achteruit en ook niet vooruit, maar de ontknoping is een anticlimax: ik was helemaal vergeten dat deze minibus 4-wiel aandrijving had. Nooit eerder hoeven gebruiken. En wie verwacht dat ook in een minibus! Plotseling schoot het me te binnen dus ik ben weer gaan zitten, 4 wheel drive low gearing, en rustig konden we verder klimmen; nog eenmaal minzaam ten afscheid gewuifd naar mijn belagers.